|
|
FCI reglement
Wijzigingen / Aanpassingen in Agility
Sportjaar
agility
Categorieën
Hindernissen
De horden:
Enkelsprong : Hoogte : Large=55 à 65cm.
Medium=35 à 45cm. Small=25 à 35 cm.
Breedte : minimum 120cm. Tussen de zijstukken mogen de horden op
verschillende manieren opgebouwd ttz. Met latten of volle of open
panelen of haag, waarboven dan telkens wel een lat moet voorzien
zijn die afgesprongen kan worden.
Dubbelsprong : deze wordt verkregen door
samenvoeging van twee horden die in oplopende volgorde worden
geplaatst met een onderling hoogteverschil van 15 à 25 cm.
De hoogste en achteraan geplaatste horde op een hoogte van : L=55 à
65cm. - M=35 à 45cm. - S=25 à 35cm.. De max. totale lengte (diepte)
is L=55cm. - M=40cm. - S=30cm.
De latten hebben een diameter van 3 à 5 cm. En de kleuren zijn fel
contrasterend met de omgeving.
De viaduct of muur:
Hoogte en breedte : idem als de
hoogtesprongen. Dikte 20cm.
Vol paneel of een paneel waarin 1 of 2 openingen zijn in de vorm van
een tunnel. Boven op de muur worden afwerpbare elementen geplaatst.
De tafel:
Oppervlakte : min.90 x 90cm.-max.120 x 120cm.
Hoogte : L=60cm.-M en S = 35cm.
Zij moet stabiel zijn en het blad moet voorzien zijn van een
antislip materiaal.
In het blad kan een elektronisch aftelmechanisme, met na 5 seconden
een hoorbaar signaal, gebouwd worden dat gevoelig is over de gehele
oppervlakte behalve in een band van 10cm. Breed langs de omtrek.
De hondenloop:
Hoogte : min. 120cm. - max. 135cm. Breedte van
de loopplank 30 à 40 cm.
Lengte van elk element : min. 3.60 m. - max. 4.20 m.
Het klimmend en afdalend gedeelte is voorzien van latten, geplaatst
op regelmatige afstanden (ongeveer elke 25 cm.) om het klimmen te
vergemakkelijken en het wegglijden te vermijden. Deze klimlatten
zijn 2 cm. Breed en 5 à 10 mm. Dik - de kanten zijn gebroken of
afgerond.
Aan de onderkant van de hellende gedeelten worden de contactvlakken
geschilderd (op de bovenkanten en de zijkanten van de planken) van
90 cm. lang, vanaf de grond gemeten. De klimlatten blijven tenminste
op 10 cm. van de grens van deze contactvlakken.
De wip:
Breedte : 30 à 40 cm. Lengte : min. 3.65 m. -
max. 4.24 m.
Hoogte van het centraal draaipunt, vanaf de grond gemeten, is gelijk
aan 1/6 van de lengte van de plank (voorbeeld : L=3.65m. H= 60 cm.
of L=4.25m. H=70cm.)
De wip moet stabiel zijn en voorzien van een antisliplaag maar
klimlatten mogen niet voorzien worden. Met een gewicht van 1 kg. Aan
het uiteinde moet de wip binnen 3 tot 4 seconden gekanteld zijn. Is
dit niet het geval, dan moet het toestel aangepast worden.
Aan de uiteinden van de plank worden contactvlakken geschilderd ( op
boven- en zijkanten van de plank) van 90 cm. lang, vanaf de
uiteinden gemeten.
De dakschutting:
Samengesteld uit twee elementen die onder een
hoek tegen elkaar opgesteld worden.
Breedte : 90 cm., onderaan mag de breedte 1.15 m bedragen
Hoogste punt vanaf de grond : L=1.90m en onder een hoek van 90° - M
en S = 1.70m. (hoek vergroten).
De hellende vlakken zijn voorzien van latten, geplaatst op
regelmatige afstanden (ongeveer elke 25 cm) om het klimmen te
vergemakkelijken en het wegglijden te vermijden. Deze klimlatten
zijn 2 cm. breed en 5 à 10 mm. Dik - de zijkanten zijn gebroken of
afgerond.
Aan de onderkant van de hellende vlakken worden contactvlakken
geschilderd (op de boven- en zijkanten van de planken) van 106 cm.
lang, vanaf de grond gemeten. De klimlatten blijven tenminste op 10
cm. van de grens van deze contactvlakken.
De "nok" van de dakschutting mag geen enkel gevaar opleveren voor de
honden, indien nodig wordt een bescherming (overlapping) uit rubber
aangebracht.
De slalom:
Een aantal paaltjes (8, 10 of 12) van onbuigzaam materiaal en met een diameter van 3 à 5 cm. en een hoogte van 1 tot 1.20 m. De afstand tussen de paaltjes = 50 tot 65 cm. ( op het WK is deze afstand altijd 60 cm.)
De tunnel:
Inwendige diameter ongeveer 60 cm. Lengte : 3
tot 6 meter.
Een flexibele buis zodat het mogelijk is om één of meerdere bochten
te kunnen maken.
De slappe tunnel:
De ingang wordt gevormd door een onbuigzame tunnel van ong. 90cm lang, een hoogte van 60 cm. en een breedte van 60 à 65 cm. De uitgang is van zacht soepel materiaal met een lengte van 2,5 tot3,5 m. en een diameter van 60 tot 65 cm. Wanner mogelijk moet de uitgang vastgemaakt worden waarbij de bevestigingen ongeveer 50 cm. uit elkaar worden geplaatst.
De hoepel:
Diameter inwendig : min. 38 cm. - max. 60 cm.
Afstand bodem tot middelpunt van de hoepel : L = 80cm. - M en S = 55
cm.
Om veiligheidsredenen moet het onderste gedeelte van de hoepel dicht
zijn. De hoepel moet in hoogte regelbaar zijn door middel van
kettingen of koorden; vaste bevestigingen zijn uitgesloten.
Opdat de hoepel stabiel zou zijn (kantelen vermijden) wordt de basis
gevormd door planken op de grond van ongeveer 2 m. lang.
De vertesprong:
Wordt samengesteld uit licht hellende, achter
elkaar opgestelde elementen (2 tot 5) om alzo een sprong te bekomen
in een lengte van :
L = 1.20 à 1.50 m.(4 - 5 elementen) - M = 0.70 à 0.90 m. (3 - 4
elementen) - S = 0.40 à 0.50 m (2 elementen). Breedte van de
elementen : 1.20 m.
Hoogste element : 28 cm. - laagste element (altijd vooraan) : 15
cm.. Dikte van de elementen : 15 cm.
De vier hoeken van het toestel moeten afgebakend worden met paaltjes
van ong. 1.20 m. hoog. Zij staan los van de elementen en voor de
veiligheid van de hond en de geleider zijn de bovenkanten
afgeschermd.
Start en aankomst:
De paaltjes dewelke de start en aankomst aangegeven worden geplaatst op max. 1 m. van de toestellen en gelijk aan de breedte van de sprong (de latten) plus 50 cm. aan elke kant.
Combinatiesprong:
Bij een combinatie van twee of drie sprongen, die tellen als één hindernis, wordt elk onderdeel afzonderlijk gekeurd. Deze combinaties mogen enkel samengesteld worden met sprongen die voorzien zijn van latten (geen panelen of haag) en mogen slechts eenmaal in een parcours opgesteld worden. De toestellen hoeven daarbij niet in een rechte lijn te worden opgesteld maar de onderlinge afstand moet wel tenminste 4,5m. en max. 7m. zijn.
Fouten op bepaalde toestellen
De tafel:
De hond moet 5 seconden wachten op de tafel.
De hond mag langs drie zijden op de tafel springen. Wanneer de hond
onder de tafel doorloopt of ze voorbij loopt en langs de achterzijde
op de tafel komt is dit wel een weigering maar deze moet niet
hersteld worden.
Wanneer de hond van de tafel afglijdt en er weer opspringt, zelfs
langs de verkeerde zijde, dan is dit een fout en wordt de hond niet
uitgesloten.
Wanneer de hond de tafel verlaat voor het aftellen is beëindigd en
de keurder het teken heeft gegeven, wordt de hond bestaft met 5
strafpunten. Hij moet dan wel terug op de tafel waarna de telling
herbegint, zoniet volgt de uitsluiting.
Wanneer de geleider, bij een elektronische tafel, deze aanraakt
zodat het aftellingmechanisme start, volgt de uitsluiting.
De slalom:
Moet worden toegevoegd : een hond die door meer dan 2 doorgangen terug slalomt, wordt uitgesloten zelfs wanneer deze doorgangen niet direct achter elkaar genomen worden.
De vertesprong:
Schuin in- of uitspringen, naast het toestel
lopen of wandelen over het toestel, is een weigering.
Een element omver springen, een poot op de grond zetten tussen de
elementen of steunen op een van de elementen, is een fout. Licht
aanraken van een onderdeel wordt niet bestaft.
Inrichten van wedstrijden
Algemeenheden:
De inrichters dienen rekening te houden met
volgende punten :
De keuringen mogen niet aanvangen voor 10.00 uur. Onder bepaalde
omstandigheden echter en indien het voor de organisatie nodig is,
rekening houdende met het aantal deelnemers e.d., kan een
agilitywedstrijd om 9.00 uur aanvangen.
Per wedstrijddag moeten de voorziene parcours in verhouding staan
tot het aantal deelnemers, de beschikbare terreinen, de uurregeling,
de medewerkers e.d. zodat de organisatie vlot zal verlopen en elke
keurmeester uiteindelijk max. 450 honden te beoordelen heeft waarvan
max. 300 honden op een vast parcours.
Selectiewedstrijden voor het WK:
Per sportjaar, vanaf 1 april tot 31 maart daaropvolgend, worden 15
wedstrijden aangeduid (agility graad 3) die in aanmerking komen voor
een selectie voor het WK.
Enkel clubs dewelke reeds tenminste twee agilitywedstrijden hebben
georganiseerd en beschikken over toestellen die voldoen aan de
gestelde normen, komen hiervoor in aanmerking.
Verenigingen die een selectiewedstrijd wensen in te richten dienen
dit aan te vragen (sectie 4B) te samen met hun wedstrijd
(sportkalender). Clubs die hun wedstrijd wensen te beperken dienen
hun kandidatuur te onthouden.
Van de 15 wedstrijden mogen max. de 10 beste resultaten ingestuurd
worden en dit van het vast parcours en van het jumping parcours uit
dezelfde wedstrijd.
Een rangschikking wordt per parcours opgemaakt waarbij dan telkens
aan de eerste tien in de rangschikking punten worden toegekend
volgens hiernavolgend overzicht. Buitenlandse deelnemers worden
hierbij niet opgenomen, ze komen wel in aanmerking voor het
dagklassement.
|
Plaats |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
Vast parcours |
20 |
16 |
12 |
10 |
8 |
6 |
4 |
3 |
2 |
1 |
|
Jumping |
10 |
9 |
8 |
7 |
6 |
5 |
4 |
3 |
2 |
1 |
De lijsten met de rangschikking van de eerste
tien in de drie categorieën (L-M-S) zowel van het vast parcours als
van het jumping parcours worden voorgelegd aan tenminste één van de
fungerende keurmeesters die ze zal controleren en bevestigen (naam
en handtekening). Deze lijsten worden bij de catalogus gevoegd en
gestuurd naar het secretariaat van de sectie 4B en de commissie
agility. Op de selectiewedstrijden moet het steeds dezelfde geleider
zijn die de hond voorbrengt en indien de hond wordt geselecteerd
voor het WK, moet hij ook door dezelfde geleider worden voorgesteld.
Loopse teven kunnen aan selectiewedstrijden deelnemen op voorwaarde
dat zij afzijdig worden gehouden van de andere honden en dat ze als
allerlaatste het parcours lopen.
Een geleider kan zich slechts met één hond selecteren voor het WK.
Geleiders met meerdere honden kunnen dus slechts resultaten
binnensturen voor één van hun honden.
Indien een geselecteerde combinatie (geleider/hond) om gelijk welke
reden niet kan deelnemen aan het WK, kan een reservecombinatie
ingeschakeld worden. Deze combinatie moet dan echter wel, in het
klassement van haar categorie, zo hoog mogelijk gerangschikt zijn
waarbij de limiet gesteld wordt op 25% per categorie.
De selectiewedstrijden worden toegewezen in verhouding met het
aantal wedstrijden in de verschillende provincies. Ook wordt een
reservewedstrijd aangeduid ingeval één der selectiewedstrijden, om
welke reden ook, niet kan doorgaan.
Klassen
Agility graad 1 :
Voor honden die de "toelating tot agility" behaald hebben en tenminste 15 maanden oud zijn op de dag van de wedstrijd.
Agility graad 2 :
Honden die 18 maanden oud zijn en tenminste 6
x "Uitmuntend" gelopen hebben - waarvan max. 3x in jumping - op
wedstrijden van de 1 ste graad mogen overgaan naar de 2 de graad.
Wanneer men echter eenmaal heeft deelgenomen aan wedstrijden 2 de
graad is teruggaan naar 1 ste graad niet meer mogelijk.
Honden die 15 x "Uitmuntend" gelopen hebben - waarvan max. 3 x in
jumping - op wedstrijden van de 1 ste graad worden verplicht om over
te gaan naar de 2 de graad.
Honden uit de 2 de graad komen in aanmerking om deel te nemen aan de
wedstrijd van de KMSH "BEKER VAN BELGIË AGILITY".
Agility graad 3 :
Voor honden die op wedstrijden van de 2 de
graad tenminste 8 x foutloos hebben gelopen (0 strafpunten) en
binnen de eerste 3 gerangschikt werden. Van deze 8 resultaten mogen
er max. 3 in jumping behaald zijn. De overgang is verplicht nadat 15
x foutloos werd gelopen en binnen de eerste drie gerangschikt - met
max 3 in jumping - op wedstrijden van de 2 de graad. Zo dit
resultaat behaald wordt in een zelfde sportjaar is de geleider
slechts verplicht om over te gaan naar de 3 de graad na de wedstrijd
"Beker van België Agility".
Zo dit resultaat niet behaald wordt in een sportjaar, is de geleider
verplicht om over te gaan naar de 3 de graad onmiddellijk nadat het
bedoelde resultaat werd gelopen.
Honden uit de 3 de graad komen in aanmerking om deel te nemen aan de
wedstrijd van de KMSH "GROTE PRIJS VAN BELGIË AGILITY" en
internationale kampioenschappen.
Veteranen :
Voor honden die ouder zijn dan 7 jaar,
ongeacht de categorie en klas waarin ze lopen. Er zal dus maar één
klas "veteranen" bestaan.
Overgang naar de veteranen gebeurt op vrijwillige basis doch wanneer
men eenmaal heeft deelgenomen aan een wedstrijd in deze klas kan men
niet meer terug. De vermelding "veteraan" zal dan ook in het
werkboekje dienen vermeld te worden.
Deze klas wordt ook op elke wedstrijd georganiseerd en om ze daarbij
het nodige aanzien te geven wordt een rangschikking opgemaakt en
worden ook prijzen gegeven. Het parcours dat in de veteranenklas
wordt gelopen is een parcours van de 2 de graad waarbij ook de
hoogte van de sprongen is aangepast (L=45cm - M=35cm - S=25cm.) en
waarin de hoepel noch de dakschutting zijn opgesteld.
Deelname in een hogere klas (overgaan) kan pas nadat het werkboekje werd gecontroleerd door een erkende agilitykeurmeester die de overgang bevestigt (datum en handtekening van de keurmeester)
Toelating tot Agility
Deze proeven staan open voor alle honden dewelke ,
op de dag van de proef tenminste 15 maanden oud zijn. Conform de
reglementen van de KKUSH worden deze proeven gekeurd door twee agility
keurmeesters.
De proeven tot het behalen van de "toelating tot agility" kunnen
ingericht worden bij brevetproeven GP wanneer deze losstaande van een
wedstrijd GP worden ingericht. Eveneens kunnen de proeven ingericht
worden als afzonderlijke wedstrijd of gekoppeld worden aan een
agilitywedstrijd. Alsdan moeten de inrichters hiervoor wel de nodige
ruimte, tijd en keurders voorzien.
Het beoordelen van de honden gebeurt op een eenvoudig parcours hetgeen
alle toestellen moet bevatten (slalom, alle raakvlaktoestellen,
vertesprong, hoepel, tunnel, slappe tunnel, tafel en max. 5
hoogtesprongen).
Het parcours wordt opgesteld in een achtvorm (ongeveer) waarbij de
volgorde van de tostellen kan variëren maar waarbij de tafel steeds
geplaatst wordt in het midden (kruispunt van de achtvorm). De toestellen
worden opgesteld volgens de reglementen (afstand en hoogte) en genummerd
waardoor de startrichting wordt bepaald.
De hond start op tafel, loopt één cirkel (halve "8") en komt terug op de
tafel (pauze). Na het aftellen (5 sec.) loopt de hond de tweede cirkel
(halve "8") en eindigt weer op de tafel.
Het starten van de tijd gebeurt op het ogenblik dat de hond de tafel
verlaat (start) en de tijd stopt wanneer de hond op het einde van het
parcours weer op de tafel komt (finish). De houding van de hond bij de
start, pauze en de finish is vrij.
De SPT wordt bepaald met als gemiddelde snelheid 2.25m/s (min.2m/s -
max.2.5m/s) waarbij de tijd op de tafel is inbegrepen. Laat de
bodemgesteldheid dit echter niet toe, dan kan er uitzonderlijk van dit
minimum afgeweken worden.
Om de proef met succes af te leggen moet minimum de kwalificatie "ZG"
(max.15.99 strafpunten) behaald worden. Indien de proef niet lukt wordt
een herkansing toegestaan (volledig parcours opnieuw lopen). Indien ook
deze herkansing niet lukt is de hond niet geslaagd. De geslaagde
deelnemers die wensen het parcours een tweede keer te lopen om hun
resultaat eventueel te verbeteren, mogen dit mits toelating van de
keurmeesters, in dat geval zal het beste resultaat behouden blijven.
In de werkboekjes worden de resultaten enkel genoteerd met geslaagd
("G") of niet geslaagd ("NG").
Maximum worden 30 honden per uur toegelaten.
Na het behalen van de "TA" mag de hond deelnemen aan wedstrijden van
Agility graad 1. Deelnemen aan de proef "TA" met dezelfde hond mag zo
dikwijls als de geleider dit wil, doch eenmaal de hond uitgebracht op
een wedstrijd van graad 1 is teruggaan niet meer mogelijk.